Kort gezegd: Tsjechië voor steden en architectuur, Slowakije voor bergen, burchten en rust. Tsjechië heeft Praag en Český Krumlov, Slowakije heeft de Tatra met toppen boven 2.600 meter en ruïnes als die op de foto hierboven, waar u vaak alleen rondloopt. In prijs ontlopen de landen elkaar weinig; in drukte aanzienlijk.
Waar het hoogteverschil zit
Het duidelijkste verschil is het reliëf. De hoogste berg van Tsjechië is de Sněžka met 1.603 meter; de hoogste van Slowakije is de Gerlachovský štít met 2.655 meter. Dat verschil van meer dan duizend meter verandert het karakter van het landschap volledig.
Tsjechië is heuvelland met bossen en zandsteenformaties. Prachtig, maar wandelen betekent er wandelen door bos. In Slowakije komt u boven de boomgrens, met kale graniettoppen, bergmeren en paden die met kettingen zijn beveiligd. De Hoge Tatra is klein van oppervlak maar alpien van vorm.
Daar hoort een consequentie bij: in Slowakije is het bergseizoen beperkt. De hooggelegen paden zijn van 1 november tot 15 juni gesloten. In Tsjechië kunt u het hele jaar door wandelen.
Steden tegenover dorpen
Op stedelijk gebied wint Tsjechië zonder discussie. Praag is een van de best bewaarde historische steden van Europa, en Brno, Olomouc en Český Krumlov volgen op afstand maar met kwaliteit.
Bratislava is een aangename stad met een compacte oude kern, een burcht boven de Donau en genoeg om een dag of twee te vullen. Het is geen Praag en het probeert dat ook niet te zijn. Košice, in het oosten, heeft met de Sint-Elisabethkathedraal de grootste kerk van het land en een voetgangerszone van ongeveer een kilometer.
Waar Slowakije het wint, is in wat er tussen de steden ligt. Banská Štiavnica is een oud mijnstadje in een vulkaankrater, op de UNESCO-lijst sinds 1993. Bardejov heeft een middeleeuws plein dat sinds 2000 op diezelfde lijst staat. En Vlkolínec is een dorp van 45 blokhutten waar nog mensen wonen. Zulke plaatsen zijn in Tsjechië schaarser en drukker.
Burchten: aantal tegenover ligging
Beide landen hebben veel kastelen. Tsjechië heeft er meer die compleet en gemeubileerd zijn, met Karlštejn en Hluboká als bekende voorbeelden. Slowakije heeft er meer die ruïne zijn, en die liggen bijna zonder uitzondering hoog.
Dat is een smaakkwestie met praktische gevolgen. Een Tsjechisch kasteel bezoekt u met een rondleiding door ingerichte zalen. Een Slowaakse burcht beklimt u, meestal een half uur omhoog, waarna u over muren loopt met uitzicht over een dal. Spišský hrad beslaat ruim 41.000 vierkante meter en is daarmee een van de grootste burchtcomplexen van Midden-Europa.
De ruïne op de foto boven dit artikel, Kapušany bij Prešov, staat in geen enkele reisgids. Er is geen kassa, geen bezoekerscentrum en geen parkeerplaats van betekenis. Dat type plek is in Slowakije de regel en in Tsjechië de uitzondering.
Drukte en de rekensom die daarbij hoort
Praag ontvangt jaarlijks vele miljoenen bezoekers en dat merkt u op de Karelsbrug. Bratislava ontvangt er een fractie van. In de Hoge Tatra is het in juli en augustus druk op de hoofdroutes, maar u hoeft maar één dal verder te gaan om het rustig te hebben.
De Slowaakse toeristenstromen zijn bovendien vooral binnenlands en Pools. Dat geeft een ander soort drukte: minder gericht op souvenirs, meer op wandelen, baden en eten. Wie in de Tatra loopt, deelt de paden met Slowaakse en Poolse families, niet met internationale groepsreizen.
De keerzijde is dat Slowakije minder is ingericht op buitenlandse bezoekers. Bordjes zijn niet altijd vertaald, openingstijden staan niet altijd online en informatie is soms alleen in het Slowaaks te vinden. Dat vraagt om iets meer voorbereiding dan een stedentrip naar Praag.
Prijs, munt en bereikbaarheid
In prijs ontlopen de landen elkaar nauwelijks. Slapen en eten liggen in Slowakije iets lager, bier is in Tsjechië goedkoper. Bratislava ligt zo'n 20 tot 30 procent onder Praag, maar dat is vooral een verschil tussen twee hoofdsteden en niet tussen twee landen.
Eén praktisch verschil is er wel: Slowakije heeft de euro sinds 2009, Tsjechië rekent nog in kronen. Voor een korte reis scheelt dat wisselen en rekenen.
Bereikbaarheid is het enige punt waarop Tsjechië duidelijk wint. Praag heeft meerdere directe vluchten per dag vanaf Schiphol; Bratislava heeft er geen enkele, waardoor u via Wenen reist. Met de auto is het verschil kleiner: Praag ligt ongeveer 900 kilometer van Utrecht, Bratislava ongeveer 1.250.
Twee landen in één reis
Ze grenzen aan elkaar, dus de vraag hoeft niet beantwoord te worden. Van Praag naar Bratislava is het ongeveer 330 kilometer over de snelweg, met Brno halverwege als logische tussenstop.
Een opzet die goed werkt: begin in Praag, rijd via Brno naar Bratislava, en ga vandaar oostwaarts de bergen in. U gaat dan van stad naar landschap, wat prettiger loopt dan andersom. Reken op minstens tien dagen, want de afstand van Bratislava naar Oost-Slowakije is groter dan de kaart suggereert.
Wie moet kiezen en nog nooit in Midden-Europa is geweest, doet er verstandig aan met Tsjechië te beginnen. Wie er al is geweest en zich afvroeg waar de bergen bleven, komt in Slowakije terecht.
Wat de scheiding van 1993 heeft achtergelaten
Tsjecho-Slowakije viel op 1 januari 1993 uiteen in twee landen, zonder geweld en zonder referendum. De scheiding wordt daarom de fluwelen scheiding genoemd, naar de fluwelen revolutie van 1989.
Dat verleden is voor bezoekers merkbaar in praktische zaken. Beide landen delen een spoorwegsysteem dat ooit één geheel was, dezelfde stekkers en dezelfde bouwstijl van naoorlogse woonwijken. De grens is binnen Schengen onzichtbaar.
Wat verschilt, is hoe de twee landen zichzelf presenteren. Tsjechië is sterker westers georiënteerd en heeft zijn toerisme decennia geleden al opgebouwd. Slowakije heeft dat later gedaan en richt zich meer op eigen bezoekers en op de buurlanden.
Voor een reiziger betekent dat: in Tsjechië loopt alles gladder, in Slowakije voelt het minder ingericht. Welke van de twee dat een voordeel is, hangt van de reiziger af.



